Op 5 maart 1945 stortte omstreeks 15u de Lancaster NN775 van het 514 Squadron neer in de Pamelenstraat in Bunsbeek. Het toestel was vanuit zijn basis in Waterbeach vertrokken voor een missie naar Gelsenkirchen. Getuigen zagen dat het vliegtuig met de neus naar beneden stortte en volledig in de drassige grond verdween. Niemand van de zeven bemanningsleden overleefde de crash. Meer dan zeventig jaar later liet de gemeente Glabbeek op 11, 12 en 13 november 2016 de Britse bommenwerper bergen door een projectteam, samengesteld uit een dertigtal vrijwilligers van het Planehunters Recovery Team Belgium en het Belgian Aviation History Association Archaeology Team. De opgraving vond plaats onder leiding van archeologen, terwijl deskundigen van Conventionele en Toxische Explosieven (CTE) instonden voor de veiligheid van niet-gesprongen munitie. Het onderzoek gebeurde ter nagedachtenis van piloot F/O Holman Kerr (23 jaar), Sgt William Marsden (20 jaar), navigator F/Sgt Sidney Smith (21 jaar), F/O Frank Clarke, F/Sgt Allan Olsen (20 jaar, afkomstig uit Australië), Sgt Christopher Hogg (20 jaar) en Sgt Herbert Thomas (23 jaar, afkomstig uit Jamaica).

Onze fotograaf kreeg een kijkje achter de schermen en brengt zijn verhaal binnenkort in Ex situ 14

4 Fig5
Met man en macht wordt gewerkt om het reusachtige vliegtuig in drie dagen tijd te bergen © Kris Vandevorst, Onroerend Erfgoed
4 Fig4
De afgegraven aarde wordt op het terrein gezeefd op zoek naar kleinere vondsten © Kris Vandevorst, Onroerend Erfgoed
4 Fig11
Een van de vier motoren van het vliegtuig © Kris Vandevorst, Onroerend Erfgoed
4 Fig3
Opgegraven onderdelen kunnen door de specialisten geïdentificeerd worden aan de hand van het vliegtuigtype © Kris Vandevorst, Onroerend Erfgoed
4 Fig13
Het onderzoek wordt van nabij gevolgd door nabestaanden van navigator Sidney Smith © Kris Vandevorst, Onroerend Erfgoed
4 Fig14
Onder publieke belangstelling betuigen de Honor Guard, de burgemeester van Glabbeek en nabestaanden van de slachtoffers hun respect voor de gevallen bemanning © Kris Vandevorst, Onroerend Erfgoed

 

 

 

Comments are closed.