Archeologiedagen

Motte van Wedergrate – Denderwindeke


Als men door het bos de motte niet meer ziet. Een inkijk op het onderzoek naar de middeleeuwse motte van Wedergrate te Denderwindeke. 

Verscholen in een dicht bos langs de Dender bevindt zich een mooie, ietwat vergeten archeologische vindplaats. Het betreft een heuvel uit de middeleeuwen: de ‘motte van Wedergrate’ of lokaal ook wel ‘Dooriksberg’ genoemd. Deze versterking bevindt zich momenteel op de terreinen van graaf de Lalaing. Deze adellijke familie kwam in de 16de eeuw in het bezit van het kasteel en domein van Zandbergen, dat zich op grondgebied Geraardsbergen bevindt. Vervolgens, in de 17de eeuw verwierf men ook de motte en omgeving. Deze situeert zich net over de gemeentegrenzen op grondgebied Denderwindeke (Ninove). Voordien was de site in handen van de familie van Wedergrate. De stichter van dat geslacht veranderde begin 13de eeuw zijn naam van Otto de Trazegnies I naar Otto de Contrecuer /van Wedergrate . In die periode wordt de middeleeuwse versterking ook voor het eerst vermeld in historische bronnen. Hierdoor bestaat er wat twijfel over hoe de site exact moet geïnterpreteerd worden. Begin 13de eeuw begint men immers al met de oprichting van stenen burchten. Het lijkt dan ook laat om dan nog een ‘ouderwetse’ versterking op te richten. Er wordt geopperd dat de motte er  kwam als een soort legitimatie van het recht op die gronden door het bouwen in een oude traditionele bouwwijze.  

Echte bewijzen over deze mogelijke reden tot oprichting en datering ontbreken echter. Het terrein was tot op heden ook nauwelijks toegankelijk voor archeologisch onderzoek. De enige gekende opgravingscampagne dateert van eind 19de eeuw. Toen onderzocht baron de Loë met enkele vrijwilligers de motteheuvel. De site paste toen in zijn onderzoek naar Romeinse grafheuvels. De vondst van enkele fragmenten Romeins aardewerk en een bronzen mantelspeld leken zijn  hypothese te bevestigen. Achteraf bleek dat hij vermoedelijk (grotendeels) fout zat en dat het om een middeleeuwse motteversterking ging. 

Aangezien er onduidelijkheid heerst over het ontstaan en de exacte datering van deze site besloten de graaf de Lalaing en de vzw Kleine Loire om archeologisch onderzoek te laten uitvoeren naar deze site. De inzichten uit dit onderzoek moeten het toekomstig landschapsbeheersplan van het Domein van Zandbergen mee richting geven. 

Zo werd GATE eind 2017 aangesteld om dit oriënterend onderzoek te verrichten. Aangezien de heemkundige kring Het Land van Aalst reeds uitvoerig onderzoek deed naar de historische achtergrond van de site werd gekozen om het onderzoek voornamelijk te richten op veldonderzoek. In eerste instantie ging het om niet-invasief onderzoek. Een geoloog bestudeerde de positie van de site ten opzichte van de Dendervallei.  Hieruit bleek dat de loop van de rivier doorheen de tijd evolueerde. De huidige positie van de motteheuvel ten opzichte van de Dender is dus niet dezelfde als meer dan 700 jaar geleden. Bovendien konden er op detailbeelden van het digitaal terreinmodel ook gebogen langwerpige depressies worden waargenomen. Enerzijds wees dit op een veel bredere gracht rond de motteheuvel dan actueel zichtbaar op het terrein. Anderzijds gaf dit ook een aanwijzing voor een gracht rond het vermoedelijke neerhof dat bij deze versterking hoorde. Een neerhof is eenvoudig gezegd het bewoonde areaal naast een motteversterking. Doorgaans vond hierop het dagelijks leven plaats en waren er één of meerdere gebouwen en een kerk of kapel op aanwezig. Voor de motte van Wedergrate werd op basis van enkele historische bronnen verondersteld dat er ook een neerhof bij hoorde, maar concrete aanwijzingen hiervoor waren tot op heden afwezig. 

Na het kort bureauonderzoek vond in het voorjaar van 2018 een eerste boorcampagne plaats. Dankzij deze boringen konden een aantal terreindoorsnedes gemaakt worden. Die gaven inzicht in de opbouw van de site en de onmiddellijke omgeving. De motteheuvel blijkt te zijn opgebouwd net op de rand van de alluviale Dendervlakte. De heuvel bestaat in hoofdzaak uit zandige pakketten. Nu heeft de heuvel hellingsgraden van 30°, maar op basis van de dikte van de erosiepakketten kunnen de oorspronkelijk hellingsgraden op 40° worden ingeschat. Dit betekent dat deze zandige heuvel oorspronkelijk ofwel voorzien moet zijn geweest van een houten bekisting aan de voet van de heuvel en/of sterk begroeid was met gras. De boringen lieten ook toe om te meten. Onder meer de oorspronkelijke breedtes en dieptes van de grachten rond opperhof (heuvel) en neerhof werden zo bepaald. Ook kon gemeten worden dat de motteheuvel een diameter van 60m heeft en 9m hoger ligt dan haar omgeving. De boringen toonden ook aan dat het neerhof was aangelegd boven op natte meersgronden en destijds ca. 1m werd opgehoogd met meer zandiger materiaal.  Mogelijk probeerde me zo een droger wooneiland te creëren in een natte vlakte. 

Gelijktijdig met het landschappelijk booronderzoek werd er door 3DSoil een geofysisch onderzoek uitgevoerd op de toegankelijke stukken van de motteheuvel en de neerhofzone. Er werd zowel onderzoek uitgevoerd met een grondradar als met een toestel dat de verschillen in elektrische geleidbaarheid en magnetisme van de bodem meet. Op het opperhof werd een rond spoor aangetroffen. Tijdens een tweede boorcampagne ter controle van deze geofysische grondscans werd dit spoor aangeboord en een klein profielputje gegraven toen in één van de boringen op iets hard werd gestoten. Het putje toonde de aanwezigheid van een laag met diverse natuursteen- en tegelfragmenten. Mogelijk wijst dit op een structuur, misschien de fundering van een toren of de bovenkant van een cisterne, die destijds werd gebouwd op deze locatie. Op het neerhof bevestigden de geofysische scans de locatie van de neerhofgracht. Bovendien toonde de scan subtiele verschillen aan die kunnen wijzen op verschillende opvullingspakketten in de gracht. Dit kan een indirecte aanwijzing zijn voor het feit dat er oorspronkelijk een aarden wal lag aan de binnenzijde van deze gracht  en dat het neerhof dus met andere woorden van de buitenwereld afgeschermd was door een wal én een gracht. 

Tijdens de Archeologiedagen werden op zaterdag 2 juni 2018 twee geleide wandelingen georganiseerd. Bij de start van de wandeling kregen de bezoekers een korte inleiding over de site aan het Hof van Lier, de voormalige boerderij van het kasteel van Zandbergen. De wandeling leidde de mensen vanaf het openbaar domein naar de private en doorgaans niet publiek toegankelijke zone van het Domein van Zandbergen. Via de lange oprijlaan werd er tot aan het kasteel gewandeld. Daar werd de historiek van de adellijke familie de Lalaing en de bouwhistorie van het kasteel van Zandbergen kort toegelicht. Met die informatie op zak doken we het bos in. Met dank aan graaf Jacques de Lalaing, die kort voor de Archeologiedagen de toegang tot de site had laten vrij maken, hoefden we ons geen weg te banen door metershoog gras, onkruid en braamstruiken. De volgende stop kwam er na een korte, maar stevige klim op het plateau van de motteheuvel. Hier kregen de bezoekers de nodige uitleg over de onderzoeksfases en de gebruikte technieken. Een topograaf toonde hoe de opmetingen met een totaalstation in bebost gebied geen sinecure is. Timothy, de geofysicus, liet de mensen meelopen bij de uitvoering van een scan met de georadar en gaf nadien ook een korte presentatie. Drie Chinese archeologische vrijwilligers offerden zich op om metersdiepe boringen te plaatsen op en langs de motte. Fred en Luc,  de geoloog en macrobotanicus ter plaatse, lichtten vervolgens toe welke informatie je uit deze boringen kan halen en hoe de boorkolommen iets kunnen zeggen over de opvullingsgeschiedenis van grachten en de constructie van het mottelichaam. Tot slot konden de deelnemers tijdens de vragenronde allerlei vragen stellen en zelf het verschil voelen tussen zandige, kleiige en organische opvullingspakketten.